Rendement (beleggen)
From Sterwiki
Rendement is een centraal begrip binnen de beleggingswereld: wat heeft het belegde vermogen nu opgebracht? Er is een investering, een belegging geweest; op een later meetmoment heeft dat een andere waarde, hopelijk een hogere dan aan het begin. Maar hoeveel heeft het nu exact opgebracht? Het blijkt opvallend moeilijk te zijn om tot een éénduidige methode van rendementsberekening te komen.
Indien men op 1 januari begint met 1000,-, en op 1 januari daaropvolgend 1050,- bezit, is het rendement 5%: (1050 / 1000) - 1 = 1,05 - 1 = 0,05. Echter, dit veronderstelt een gelijkmatige toename van de waarde van het vermogen over die periode, zonder dat er sprake is geweest van tussentijdse toevoegingen of onttrekkingen aan dat vermogen.
Problemen ontstaan bijvoorbeeld indien er wel sprake is van tussentijdse mutaties, en indien sprake is van sterk wisselende rendementen in opeenvolgende perioden. Stel dat er over het eerste jaar een rendement is behaald van 50%, doordat 1000,- is aangegroeid tot 1500,-, en over het tweede jaar een rendement is behaald van -50%, zodat het vermogen is gedaald van 1500,- tot 750,-, is het dan juist om te zeggen dat het rendement over die twee jaar 0% bedraagt, te weten de som van +50% en -50%? Weinig opdrachtgevers zullen deze stelling onderschrijven: zij constateren immers dat hun vermogen is afgenomen van 1000,- tot 750,-.
De correcte benadering zou hier zijn: 1,50 * 0,50 - 1 = 0,75 - 1, ofwel een rendement van -25%. Dit staat bekend als de geometric rate of return. Deze methode kan tevens gebruikt worden om het rendement over een langere periode terug te brengen tot een gemiddeld rendement over een kortere periode. Indien 1000,- na 4 jaar is aangegroeid tot 1250,-, is de geometric rate of return te berekenen als (1,251/4 - 1) * 100 = (1,0574 - 1) * 100 = 5,74% per jaar. Op dezelfde wijze kan een rendement over een kortere periode dan één jaar worden geëxtrapoleerd naar een rendement op jaarbasis.
Deze methode biedt echter geen oplossing voor de situatie waarbij tussentijds onttrekkingen of toevoegingen plaats vinden. Indien in het hierboven genoemde voorbeeld de opdrachtgever, bijvoorbeeld op basis van hoge rendement over het eerste jaar, besluit om extra vermogen toe te vertrouwen, dan zal de afname van dat vermogen in het tweede jaar versterkt doorwerken in het totale rendement. De beslissing om tot die extra belegging over te gaan, is echter in beginsel een beslissing van de opdrachtgever. Het is daarom gebruikelijk om in rapportages te abstraheren van die toevoegingen en onttrekkingen, en het rendement te rapporteren alsof die niet hadden plaatsgevonden.
In veel gevallen worden in het vermogensbeheer rendementen gemeten en gerapporteerd op maandelijkse of driemaandelijkse basis, en worden rendementen over langere perioden op de hierboven beschreven wijze 'samengesteld'.
De exacte bepaling van het rendement pleegt op een groot aantal operationele problemen te stuiten, vaak voortvloeiend uit de omstandigheid dat inkomsten en uitgaven op verschillende tijdstippen in een beschouwde periode plaatsvinden, of uit problemen rond het aan perioden of tijdstippen moeten 'toewijzen' van inkomsten en uitgaven.
Een zo nauwkeurig mogelijke bepaling van het rendement is echter van groot belang voor de beantwoording van de vraag of de vermogensbeheerder het beter of slechter gedaan heeft dan zijn benchmark. In die bedrijfstak worden rendementen bepaald tot op twee cijfers achter de komma, dus 0,01%. Die eenheid wordt aangeduid als basispunt.
Zie ook: total return.
Categorie:Beleggen
Tip: watersport verzekering
  
 
 
 
 
 
 
 
 
